Duizend laadpalen heeft Den Haag inmiddels. “Aanzienlijk meer dan de andere grote gemeenten,” zei wethouder Liesbeth van Tongeren (Groen Links) voor onder meer duurzaamheid voordat ze het duizendste exemplaar officieel onthulde. Laadpaal duizend staat ter hoogte van Nieuwe Parklaan 81.

Waarom die daar is geplaatst? “Omdat in de buurt iemand woont die een elektrische auto koopt,” legt Van Tongeren uit. “Als je zo’n auto koopt moet je die ergens in de buurt kunnen opladen.” Het aantal laadpalen in Den Haag is volgens de wethouder in de afgelopen drie jaar verdubbeld om het elektrische rijden in de gemeente te bevorderen. In de komende vier jaar worden er volgens het plan jaarlijks 250 bij geplaatst. De gemeente besteedt in die periode ongeveer 1 miljoen euro aan de extra investeringen. Met de opbrengst van de laadpalen worden nieuwe bekostigd.

Wie een elektrische auto koopt en in de buurt geen laadpaal heeft kan de gemeente vragen daar wat aan te doen. “Als er één elektrische rijder is komt in het parkeervak bij die paal één kruis om te voorkomen dat twee parkeervakken verdwijnen,” vertelt Van Tongeren. Pas wanneer meer mensen in de buurt elektrisch gaan rijden wordt een tweede parkeervak gereserveerd voor het opladen. In het ideale geval is er voor elke drie elektrische auto’s een laadpaal. De gemeente zet niet in op zoveel mogelijk laadpalen maar zegt te streven naar een aantal dat overeenkomt met het aantal elektrische rijders.

Een laadpaal heeft een afschrijvingstermijn van tien jaar. Of dat inderdaad zo is moet nog blijken; er zijn in Den Haag nog geen laadpalen ouder dan tien jaar. Voor de toekomst denkt Van Tongeren dat elektrische auto’s worden geladen via onder meer via een stopcontact in lantaarnpalen of in anti-parkeerpalen. Alle parkeergarages moeten volgens haar ook laadvoorzieningen krijgen. Accu’s kunnen ook draadloos worden geladen, maar dat is in de woorden van de wethouder technisch nog heel ingewikkeld. “Maar daar wordt wel aan gewerkt.”

Ook voor de accu’s valt er wat Van Tongeren betreft nog veel voortschrijdend technisch werk te doen. Zo wordt er met andere materialen geëxperimenteerd om accu’s schoner te maken. Er is ook een wisselsysteem bedacht waarmee elektrische rijders hun lege accu kunnen omruilen voor een volle. De belangstelling daarvoor valt tegen, constateert Van Tongeren. “Mensen vinden dat ze goed voor hun accu zorgen en vrezen dat ze er een terugkrijgen waarvoor minder goed is gezorgd.”

Naarmate er meer elektrische auto’s komen wordt het betaalbaarder. “De grootste hindernis bij het kopen van een elektrische auto is dat je in één keer de ‘brandstof’ voor de komende vijf jaar afrekent en alle garagebeurten,” zegt de wethouder. “Een elektrische auto heeft weinig bewegende delen in de motor, dus die komt nauwelijks in een werkplaats. Maar als je dan het prijskaartje ziet denk je: dat is meer dan voor een benzineauto. Maar als je daarvan alle kosten bi elkaar telt dan komen die bedragen aardig bij elkaar in de buurt.”