Aan de Scheveningse broodcake ging een aardigheidje vooraf. Twee weken terug was er een biertapwedstrijd in De Maatschappij. Of Ed daar iets voor kon bedenken. Er zouden ook veel mensen uit de horeca bij die wedstrijd zijn, dus wie weet kon hij nieuwe klanten noteren. “Dus ik maakte een heel groot bierglas van brood met een schuimkraag van witte bolletjes en het embleem erop gemaakt.” Het beviel de gasten goed en ze vonden allemaal dat Ed er meer mee moest doen.

“Het is een mooi tarwebrood,” legt de bakker uit. Er gaat vijftig procent volle melk op en heel veel roomboter op en wat olijfolie zodat het spekkerig wordt. Dan gedroogde kruiden, knoflook, paprika en gedroogde uitjes. Het deeg wordt heel langzaam gebakken zodat het brood zacht blijft. Ed doet dat in een speciaal blik met de vorm van een honingraat dat het brood z’n karakteristieke achthoekige vorm geeft.

Met een beetje goeie wil loopt de Scheveningse broodcake net zo hard als de tompouces, hoopt Ed. Al vanaf het begin is de woensdag tompoucedag. En overal komen klanten voor zijn saucijzenbroodjes, krentenbollen en stollen voor Pasen en de Kerst. Voor elk product komen wel vaste klanten naar de winkel; voor het speltbrood bijvoorbeeld, vult Eds zus aan die vrijwel vanaf het begin met Ed passievol het bedrijf runt.

In 1984 begon Hofje van Noman in de Keizerstraat. Met één bakkerij naast het Wapen van Scheveningen. Een paar jaar later kwam er een winkel bij tegenover de winkel van Albert Heijn. Er kwam ook nog een winkel in de Stevinstraat bij. Vanaf het begin draaide Ed mee; parttime, want hij zat toen op de bakkersschool. In 1999 veranderde de bakkerswinkel in een lunchroom; toentertijd de tweede in de Keizerstraat. Alles werd er zelf gemaakt. Brood werd er ook nog wel gebakken, zegt Ed, “maar dat was niet veel.”

Telkens weer lieten zijn klanten weten zijn brood zo te missen en hij eigenlijk ook wel, zegt hij. Tot zo’n twaalf jaar geleden het pand naast zijn zaak vrijkwam en werd besloten om èn als lunchroom èn als bakkerij verder te gaan. “Als ambachtelijke bakkerij,” zegt Ed er meteen bij. Zijn zwager Marco kwam erbij. “Die heb ik zelf opgeleid als broodbakker.” Met hem gaat hij elke morgen om vier uur aan de slag. En in de vakanties werkt Eds neefje Boris ook mee.

“We werken hard en we werken veel,” zeggen ze bij het Hofje van Noman. “Maar als je doet waar je passie in zit dan is dat heel anders.” Daarom gaan ze elke dag met plezier naar het werk. Eigenlijk komen ze elke dag tijd tekort; het bewijs dat ze het naar hun zin hebben. “Zolang je dat hebt ben je toch een gezegend mens?”