Noodgedwongen maakt Scheveninger Don Obelix (55) gebruik van een scootmobiel. Ruimte om deze te stallen heeft hij niet dus staat het apparaat op de stoep voor zijn deur. Honden en katten zien zijn scootmobiel als ideale plasplek, want dagelijks wordt Don geconfronteerd met pies en poep op zijn vervoersmiddel. Voor hij er een rit op kan maken moet er eerst een emmer water overheen en dan nog stinkt zijn kleding na een ritje naar pies.

Nu staat er een lege berging zo ongeveer voor zijn deur waar zijn scootmobiel in kan maar die mag hij niet gebruiken van de gemeente. Deze wil geen vergunningen meer verstrekken, alleen bij hoge uitzonderingen. Don moet het maar doen met de plek buiten voor zijn deur.

Raadslid René Oudshoorn van Hart voor Den Haag/Groep de Mos is laaiend over deze houding van de gemeente: “Het is natuurlijk ongelofelijk smerig dat je vervoersmiddel, waar je afhankelijk van bent, wordt ondergescheten en gepiest door katten en honden maar dan nog deze man een berging die toch al leeg staat bij zijn huis ontzeggen gaat alle perken te buiten. Ik ga het college hierover om opheldering vragen!”

SCHRIFTELIJKE VRAGEN
1) Bent u bekend met het artikel in de Telegraaf van 27 februari 2020 over de naar pies en poep stinkende scootmobiel?
2) Waarom mag deze man zijn scootmobiel niet in de leegstaande berging stallen die vlak bij zijn huis staat?
3) Waarom laat de gemeente mensen zoals Don die, door hun gezondheid afhankelijk zijn van een scootmobiel, zo in de steek?
4) Wat kunt u doen voor Don en mensen die in een soort gelijke situatie verkeren?
5) Het argument van de gemeente zou zijn dat er in andere gemeenten anders wordt omgegaan met het verstrekken van een stalling dus wij dat in Den Haag ook zo moeten doen. Klopt dit en bent u het met mij eens dat het dan in dit geval ook anders kan? Zo nee, waarom niet?